Advanced grammar and nuanced language use. Complex sentence structures, formal writing, and professional Dutch at an advanced level.
Staatsexamen NT2 Programma II
Complexe woordvolgorde
Formeel en academisch schrijven
Geavanceerde modale werkwoorden
Verbindingswoorden en samenhang
Nominalisering
Aanvoegende wijs en vaste uitdrukkingen
Geavanceerde betrekkelijke bijzinnen
Taalregister en stijl
Geavanceerde indirecte rede
Inversie en nadruk
Geavanceerde voorwaardelijke zinnen
Collocaties en vaste uitdrukkingen
Samenhang en tekstopbouw
Gevorderde ontkenning en bereik
Argumentatie en overtuiging