Expand your Dutch with more complex grammar: perfect tense, separable verbs, modal verbs, conjunctions, and formal communication skills required for the Inburgeringsexamen.
Inburgeringsexamen level
Voltooid tegenwoordige tijd: regelmatige werkwoorden
Voltooid tegenwoordige tijd: onregelmatige werkwoorden
Scheidbare werkwoorden
Modale werkwoorden
Voorzetsels van tijd
Voegwoorden en bijzinnen
Onvoltooid verleden tijd (OVT) / Imperfectum
Wederkerende werkwoorden
De vergrotende en overtreffende trap
Formele e-mails schrijven
De toekomst — gaan + infinitief, zullen, and present tense for future
Indirecte vragen — weet je of..., ik vraag me af wat...